nl | fr | en

praktijkdomeinen

Insolventierecht

Het insolventierecht is een recht van paradoxen. Deze rechtstak bestaat uit twee belangrijke subtakken, met name liquidatie en reorganisatie.
Liquidatie is gericht op ondernemingsdiscontinuïteit en vergoeding van de schuldeiser, de reorganisatie op de continuïteit van de onderneming, of minstens de continuïteit van haar economische activiteit.


De koopman (lees: onderneming-vennootschap / natuurlijk persoon handelaar) is in principe verplicht om binnen een maand nadat hij heeft opgehouden te betalen, daarvan aangifte te doen ter griffie van de bevoegde rechtbank. Het niet tijdig neerleggen van de boeken wordt zelfs strafrechtelijk gesanctioneerd.


Advocatenkantoor RvB & Partners verleent bijstand bij de verrichtingen voorafgaand aan het faillissement, alsmede in de verdere contacten met de door de rechtbank bij faillissement aangestelde curator.


Wij denken daarbij vooreerst aan het voeren van verweer op een ongegronde vordering in faillietverklaring, op verzoek van het openbaar ministerie, hetzij een schuldeiser ingesteld. Immers stelt zich de vraag of aan de faillissementsvoorwaarden is voldaan. Wordt de onderneming bij verstek failliet verklaard dan is een bijzondere verzetstermijn aan de orde!


Mogelijks moet u zich als ondernemer / bedrijfsleider verweren op de vordering van de curator tot terugstelling van de datum van staking betaling, hetzij tegen de vordering op grond van bestuurdersaansprakelijkheid / oprichtersaansprakelijkheid, of nog als aandeelhouder op een vordering tot volstorting van kapitaal ...


Zo kan het zijn dat u gebruik wenst te maken van de mogelijkheid om als natuurlijk persoon handelaar verschoonbaar te worden verklaard en daartoe tijdig een verzoekschrift wil indienen, of u bevrijdt wenst te horen verklaren als borg nu u zich als natuurlijk persoon, kosteloos en persoonlijk zeker heeft gesteld voor de gefailleerde.

 

Bijzondere vormvoorschriften en rechtsvraagstukken komen in het faillissementsrecht aan bod, die alle een gespecialiseerde kennis en bijstand noodzaken.

 

De vraag of de vennootschap nog voor de in vereffeningstelling kan kiezen op een ogenblik dat aan de faillissementsvoorwaarden is voldaan, wordt in de regel negatief beantwoord. Het klassieke argument is dat de faillissementswet van openbare orde is en het derhalve niet aanvaardbaar is het faillissement af te wenden indien blijkt dat de staking van betaling reeds is ingetreden voor de in vereffeningstelling.

De voorgaande analyse doet geen afbreuk aan het feit dat, in bepaalde door de wet aanvaarde gevallen, de rechtbank de vereffening als alternatief voor een faillissement naar voor kan schuiven.

Het frauduleus vereffenen van een vennootschap en deze achterlaten als een spreekwoordelijke lege doos, met een aanzienlijk passief en waarbij (bepaalde) schuldeisers worden benadeeld is echter strafbaar.

Raadpleeg tijdig Advocatenkantoor RvB & Partners omtrent wat wettelijk is ...

De wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen ("WCO") hertekende grondig de regels die van toepassing waren op het gerechtelijk akkoord.

De WCO heeft tot doel de duurzame ontwikkeling en de gezondmaking van de onderneming te kunnen benaarstigen. De WCO versoepelt de toekenningsvoorwaarden van een reorganisatieprocedure en verruimt de waaier aan instrumenten waarop ondernemingen in moeilijkheden een beroep kunnen doen om aan hun problemen het hoofd te bieden.

Graag bekijkt Advocatenkantoor RvB & Partners of uw onderneming valt onder het toepassingsgebied van deze nieuwe regelgeving, en zo mogelijk welke procedure het meest aangewezen is.

Zo is er sprake van een procedure van buitengerechtelijke reorganisatie van ondernemingen in moeilijkheden, met daarbij:

  • de aanstelling van een ondernemingsbemiddelaar, op verzoek van de ondernemer met loutere bijstandsfunctie
  • de aanstelling van een gerechtsmandataris, op verzoek van elke belanghebbende bij ernstige en grove tekortkomingen van de schuldenaar die de continuïteit van de onderneming in gevaar brengen


Zo ook kan de schuldenaar in het kader van de buitengerechtelijke reorganisatie aan één of meerdere schuldeisers een minnelijk akkoord voorstellen. De partijen bepalen vrij de inhoud van dit akkoord, dat derden niet bindt. Een minnelijk akkoord mag alleen worden gesloten met het oog op de gezondmaking van de financiële toestand of de reorganisatie van de onderneming. Enkel in dat geval zullen in principe het akkoord en de betalingen tegenstelbaar zijn aan de boedel van de schuldeisers.

Het sluiten van zulke akkoorden is echter aan bepaalde voorwaarden onderworpen, waarvan de inschrijving in de registers van de rechtbank van koophandel er één van is.

Indien er geen herstel mogelijk is, zal de schuldenaar een verzoekschrift kunnen indienen bij de rechtbank waardoor de proceduriële fase binnen de WCO wordt opgestart en onmiddellijk een gedelegeerd rechter wordt aangesteld. In deze fase staat de schuldenaar niet langer voor de tweedelige keuze tussen gerechtelijk akkoord en faillissement, maar beschikt hij over veel meer instrumenten om zijn onderneming te redden (gerechtelijke reorganisatie door minnelijk akkoord, door een collectief akkoord of door een overdracht onder gerechtelijk gezag) onder de bescherming van de opschorting.

Bovendien blijft het mogelijk om hangende de procedure van de ene naar de andere mogelijkheid over te stappen. Advocatenkantoor RvB & Partners informeert u graag verder bij een eerste consult.

Ook in moeilijke tijden is Advocatenkantoor RvB & Partners uw partner!

Lange Leemstraat 53 - B-2018 Antwerpen
Tel: +32 (0)3 206 60 00
Fax: +32 (0)3 206 60 01
info[at]rvbadvocaten.com

Dirk Rochtus
rochtus[at]rvbadvocaten.com
+32 (0)484 61 32 95
kantoorrekening: IBAN BE95 3630 7274 2158 (ING)
Derdenrekening: IBAN BE92 6300 6521 9223 (ING)

Filip van Bergen
vanbergen[at]rvbadvocaten.com
+32 (0)477/87.15.26
kantoorrekening: IBAN BE80 7350 3787 7777 (KBC)
Derdenrekening: IBAN BE43 6304 0052 6601 (ING)